Microsoft heeft zijn nieuwste besturingssysteem uitgebracht met meer fanfare dan welke Windows-release in jaren. Een maand later zit ik dagelijks achter Windows 12 op twee machines — een Snapdragon X2 Elite-laptop en een klassieke x64-desktop — en het beeld dat zich aftekent is genuanceerder dan de persberichten deden vermoeden. De AI-verhalen kloppen maar ten dele. De stille verbeteringen onder de motorkap verdienen meer aandacht dan ze krijgen.

Wat écht nieuw is — en wat gewoon Windows 11 was

Laat ons eerlijk beginnen: Windows 12 is geen architecturele breuk met zijn voorganger. De CorePC-modulariteit die al jaren in geruchten rondgaat, is in afgezwakte vorm aanwezig — de kernel is opgesplitst in aparte updatebare componenten — maar voor de eindgebruiker voelt het systeem vertrouwd aan. De overgang van Windows 11 naar 12 is minder ingrijpend dan van Windows 10 naar 11. Wie dat teleurstellend vindt, heeft een punt. Wie Windows 11 moe was, vindt hier genoeg reden om te upgraden.

Het meest concrete nieuwe is de herziene shell. De taakbalk is nu standaard verplaatsbaar naar boven, links of rechts, iets wat Microsoft bij de lancering van Windows 11 tot grote ergernis had weggehaald. Het is een functionele terugkeer, geen innovatie. Maar het zegt iets over de toon van deze release: Microsoft luistert — zij het traag en met tegenzin — naar zijn gebruikers. De taakbalk is ook instelbaar in hoogte, ondersteunt meerdere rijen icoontjes en gedraagt zich eindelijk correct op multi-monitoropstellingen met gemengde DPI-waarden. Kleine dingen. Grote impact op dagdagelijkse werkers.

De Instellingen-app is grondig herontworpen. Weg is het hybride systeem waarbij Microsoft steeds wisselend doorverwees naar het klassieke Configuratiescherm. Nagenoeg alle opties zitten nu in één consistente interface, met een verbeterde zoekfunctie die ook systeembeheerders-instellingen vindbaar maakt. De vroegere "Voor ontwikkelaars"-pagina heet nu "Geavanceerd" en is uitgebreid met directe Git-integratie in Verkenner — handig voor developers, onzichtbaar voor iedereen anders.

De AI-beloften ontleed

Microsoft heeft Windows 12 in de eerste plaats verkocht als een AI-besturingssysteem. Copilot+ is dieper geïntegreerd dan ooit, en Recall — de controversiële feature die om de paar seconden schermafbeeldingen maakt om zo je digitale geheugen te archiveren — is eindelijk beschikbaar voor alle Copilot+ PC's na een jaar vertraging en herhaalde privacykritiek. De vraag is of het de moeite waard was om te wachten.

Recall werkt. Maar "werken" is niet hetzelfde als "overtuigen". In de praktijk gebruik ik het zo'n twee à drie keer per week, meestal om een vergeten URL of een stuk tekst terug te vinden dat ik me vaag herinner. De interface is vlot, de zoekfunctie is raak, en de privacycontroles zijn — na alle commotie — degelijk geïmplementeerd: lokale verwerking, opt-in, met een duidelijke indicator wanneer de feature actief is. Beveiligingsonderzoekers blijven kanttekeningen plaatsen bij de opslagarchitectuur, maar voor thuisgebruikers is het risico aanvaardbaar mits je begrijpt wat je aanzet.

Wat Recall niet is: onmisbaar. Na een maand gebruik merk ik dat ik het vaker vergeet dan ik het raadpleeg. De meeste werkers hebben hun bestandsbeheer en browsergeschiedenis goed genoeg georganiseerd dat een AI-geheugen meer curiositeit is dan productiviteitstool. Voor wie op meerdere projecten tegelijk springt en weinig structuur heeft, is het nuttiger. Voor iedereen anders: een interessant experiment. Wat ook meespeelt: de NPU-vereiste betekent dat Recall uitsluitend beschikbaar is op Copilot+ PC's met voldoende rekenkracht aan boord. Op een standaard x64-desktop zonder dedicated AI-chip — zoals de machine waarop ik dit schrijf — is Recall schlicht niet aanwezig. Je koopt dus een upgrade en krijgt het voornaamste marketingargument niet mee. Dat verdient een eerlijk signaal in de winkelbeschrijving.

Naast Recall is er ook de Click To Do-functie, die contextgevoelige acties koppelt aan wat er op je scherm staat: een telefoonnummer selecteren en direct bellen, een adres omzetten naar een kaartroute, een stuk tekst laten vertalen of samenvatten. Op papier krachtig, in de praktijk een feature die je moet ontdekken en actief aanleren. Ik gebruik hem nu na vier weken af en toe voor vertalingen. De rest van de beloofde integraties voelt alsnog half afgewerkt, met wisselende resultaten afhankelijk van welke app je gebruikt en of die native ondersteuning heeft ingebouwd.

Vervelender is de manier waarop Copilot in sommige apps aanwezig is — of was. Microsoft heeft in maart 2026 een deel van de Copilot-integraties teruggedraaid na flinke kritiek op wat gebruikers "AI-bloat" zijn gaan noemen. De knop in Kladblok, de Copilot-suggesties in de Foto's-app, de voortdurende aanwezigheid in de systeemvak: een deel ervan is inmiddels stiller gemaakt of verplaatst. Het is een tekenende stap. Microsoft moest toegeven dat "meer AI zichtbaar maken" niet hetzelfde is als "meer waarde leveren". Jammer dat die conclusie een betaalde upgrade nodig had om te landen.

"Recall werkt. Maar 'werken' is niet hetzelfde als 'overtuigen'. Na een maand gebruik vergeet ik de feature vaker dan ik hem raadpleeg."

De shell en taakbalk: eindelijk een volwassen bureaublad

Laat ik hier tegenover staan wat wél werkt: het bureaublad voelt voor het eerst in jaren coherent aan. De verplaatsbare taakbalk is het meest zichtbare, maar de diepere verbetering zit in de consistentie van de shell. Contextmenu's zijn herzien — het belachelijke twee-laagse rechtsklikmenu uit Windows 11 is vereenvoudigd naar één menu dat de meest gebruikte opties standaard toont. Applicatievenstertransities zijn vloeiender. Snap Layouts is uitgebreid met aanpasbare rasteropties die ook kleine schermen ondersteunen.

Op de Snapdragon X2 Elite-machine is de ervaring bijzonder vloeiend. Windows on ARM heeft de hobbelige kinderjaren achter zich gelaten: x64-emulatie haalt inmiddels 92 à 95 procent van native prestaties, en de grote applicaties — Adobe Creative Cloud, browsers, Office, communicatietools — draaien stuk voor stuk als native ARM-versies. De accijduur van 14 tot 16 uur bij gemengd gebruik is geen marketing, het is mijn dagelijkse realiteit. Op die vlakken heeft Windows 12 een sterke zaak.

De klassieke x64-desktop laat een nuchterder beeld zien. Prestatieverbetering ten opzichte van Windows 11 24H2 is er, maar beperkt — merkbaar bij opstarttijden en bij het inladen van grote projecten in de Verkenner, nauwelijks bij dagelijkse taken. Wie op een goed geconfigureerde Windows 11-machine zit, krijgt geen reden om morgen te upgraden.

Kleine verbeteringen, grote impact

De meest onderschatte verbeteringen zijn die welke je niet ziet. Taakbeheer toont nu consistente CPU-gebruik over alle tabs — klinkt triviaal, was het jarenlang een frustrerende inconsistentie voor iedereen die processen analyseerde. De Verkenner heeft AI-acties via het rechtsklikmenu gekregen: achtergrond verwijderen, objecten wissen, visueel zoeken via Bing. De kwaliteit wisselt, maar de integratie is handig wanneer ze werkt. De "Slim app-beheer"-functie — die onbekende apps tegenhoudt — is voortaan in- en uitschakelbaar zonder herinstallatie van het systeem, een langverwachte aanpassing voor IT-beheerders.

De Windows-updateervaring is stiller geworden. Herstartvereisten dringen zich minder opdringerig op, en Microsoft heeft het updatekanaal voor beveiligingspatches losgekoppeld van feature-updates, zodat kritieke fixes sneller hun weg vinden zonder dat gebruikers een halve release-cyclus moeten slikken. Dat is volwassen systeembeheer en het gaat niet gepaard met persberichten.

Dan is er nog de nieuwe Instellingen-app in zijn volledigheid. Het mag kleinzerig klinken, maar na jaren van gebroken navigatie — klik hier voor het moderne scherm, klik daar voor het Configuratiescherm uit 2009 — werkt het gewoon. Alles zit waar je het verwacht. De zoekbalk vindt daadwerkelijk opties terug die eerder onvindbaar waren. Netwerkbeheer, printerbeheer, schijfbeheer: alles is samengebracht in één consistente stijl. Het is precies het soort saai-maar-belangrijk werk dat Microsoft te lang heeft uitgesteld.

Voor IT-beheerders in bedrijfsomgevingen is er ook goed nieuws aan het front van enterprise-features. Windows 12 breidt de integratie met Microsoft Intune en Entra ID verder uit, vereenvoudigt het beheer van Autopilot-deployments en maakt het eenvoudiger om updates gefaseerd uit te rollen per apparaatgroep. De configuratielaag voor organisaties is volwassener dan ooit — en dat is voor kantooromgevingen minstens zo belangrijk als welke AI-feature dan ook.

Eén maand Windows 12: de AI-features zijn goed genoeg maar nog geen reden om te upgraden. De shell-verbeteringen zijn dat wel, zeker voor wie op een ARM-machine werkt of eindelijk zijn taakbalk wil terugzetten naar boven. Microsoft heeft een solide, eerlijk OS afgeleverd — zij het één dat zijn grootste beloften (nog) niet volledig waarmaakt.