Ubuntu 26.04 LTS — codenaam Resolute Raccoon, releasedatum 23 april 2026 — is de eerste LTS in twee jaar. Vijf jaar ondersteuning, tien jaar met Ubuntu Pro. Maar de echte vragen zijn: wat is er écht anders dan in 24.04, hoe ver is Canonical gegaan met Snap, en draait jouw X11-app nog? Dit is het overzicht zonder marketingwaas.
Wat écht nieuw is
De meest ingrijpende verandering zit niet in een feature, maar in een verwijdering. Ubuntu 26.04 levert GNOME 50, en GNOME 50 heeft de X11-sessie uit het installatiemedium gehaald. Niet geleidelijk uitgerangeerd, gewoon weg. Je logt in op Wayland, punt. XWayland blijft beschikbaar — oudere applicaties die directe X11-verbindingen verwachten, draaien via die compatibiliteitslaag zonder dat je er iets voor hoeft in te stellen — maar een echte GNOME-on-X11-sessie kiezen bij het loginscherm is niet meer mogelijk.
Voor de meeste gebruikers zal dat onmerkbaar zijn. De Wayland-stack in Ubuntu is via 25.04 en 25.10 volwassen genoeg geworden dat randgevallen zoals schermopname, applicatiedeling in videovergaderingen en NVIDIA-ondersteuning inmiddels grotendeels opgelost zijn. NVIDIA heeft zijn kernel-module in die tussentijd GSP-gebaseerd gemaakt, waardoor Wayland-performance op RTX-hardware vergelijkbaar is met X11.
Wat GNOME 50 zelf toevoegt: variabele verversingssnelheid (VRR) werkt nu stabiel op monitoren die dat ondersteunen, fractional scaling op HiDPI-schermen is verder aangescherpt, en kleurbeheerprofiel-ondersteuning via het Wayland color management protocol v2 is eindelijk aanwezig — handig als je een gecalibreerd scherm hebt. Ouderlijk toezicht kreeg een flinke upgrade met schermtijdbeheer en slaapschema's per account. Niet spectaculair, maar het zijn de details die GNOME jarenlang miste ten opzichte van macOS en Windows.
De kernel springt van 6.8 (in 24.04) naar 7.0 — een grotere stap dan gewoonlijk. Linux 7.0 brengt hardware-ondersteuning voor Intel Nova Lake en AMD Zen 6, een vernieuwd schedulingsframework, en meetbare prestatieverbeteringen op multi-core machines: thread-aanmaak en afbraak gaat 10 tot 16 procent sneller, bestandsopening en -sluiting 4 tot 16 procent. Geen benchmarkmarketing — dit zijn getallen die je voelt in compilatietaken en CI-pipelines.
Verder is Dracut de nieuwe standaard voor initramfs, vervangt het Initramfs-tools dat al jaren nauwelijks onderhoud kreeg. En TPM-backed volledige schijfversleuteling is nu beschikbaar als standaardkeuze in de installer — je hoeft geen handmatige LUKS-configuratie te doorlopen.
De installer: Flutter is de nieuwe default
De Flutter-based installer, die in Ubuntu 23.04 zijn debuut maakte en sindsdien stap voor stap verbeterd is, is in 26.04 definitief de enige optie. De oude Ubiquity — Python, GTK2, half-gebroken op HiDPI — bestaat niet meer. Wat je krijgt is een coherente, snelle interface die op vrijwel elk schermformaat behoorlijk uitgebreid.
Praktisch merk je het verschil in partitionering: geavanceerde LVM- en ZFS-configuraties zijn via de UI beter toegankelijk dan voorheen, en TPM-versleuteling kiezen is één klik in plaats van een terminalwerkje na de installatie. De backend — Subiquity — was al de standaard voor Ubuntu Server, waardoor je op desktop en server nu dezelfde installatiemotor hebt. Dat is een kleine maar nette convergentie voor systeembeheerders die beide omgevingen kennen.
Wat de installer nog niet doet: dual-boot met Windows 11 is op UEFI-systemen met BitLocker actief nog steeds een handmatige exercitie. Dat is niet anders dan in 24.04, maar het verdient vermelding voor wie overstapt.
"GNOME 50 verwijdert de X11-sessie niet stilletjes — het maakt Wayland de enige keuze, en rekent erop dat de stack klaar is. Voor de meeste hardware klopt dat inmiddels."
De Snap-controverse, nog eens
Ubuntu en Snap: het debat wil maar niet ophouden, en 26.04 geeft beide kampen munitie. Canonical is verder gegaan met de Snap-first aanpak. Firefox, Thunderbird en de App Center zijn Snaps. Snap permission prompting — het systeem waarbij een Snap expliciete toestemming moet vragen voor toegang tot je camera, microfoon of thuismap — staat in 26.04 standaard ingeschakeld. Dat was in 24.04 al aanwezig maar niet zichtbaar voor de gemiddelde gebruiker.
De kritiek op Snaps is bekend en grotendeels terecht: langzamere eerste opstart door het mounten van een squashfs-image, grotere pakketten door gebundelde afhankelijkheden, en een Store die uitsluitend door Canonical beheerd wordt met een gesloten backend. Linux Mint heeft Snap volledig verwijderd en ondersteunt Flatpak als alternatief — dat is een bewuste politieke keuze, geen technische capriool.
Het eerlijke verhaal is genuanceerder. Snaps zijn in Ubuntu 26.04 sneller dan in 24.04 — verbeterde caching zorgt dat herhaalde starts vergelijkbaar zijn met native packages. En voor applicaties als Firefox betekent de Snap-verpakking dat je altijd de laatste versie hebt zonder te wachten op de distributiemaintainer. Voor gebruikers die dat niet willen, is de snap remove firefox-route nog steeds beschikbaar; Canonical blokkeert dat niet. Je kunt Flatpak via apt install flatpak toevoegen en de Flathub-repository activeren naast de standaard Ubuntu-repos.
De Snap permission prompts zijn overigens zinvol. Een Snap die plotseling toegang wil tot je thuismap vraagt nu expliciet om toestemming, vergelijkbaar met hoe macOS dat aanpakt voor apps uit de App Store. Of je dat privacy-verbetering of extra klikwerk vindt, hangt af van je perspectief — maar het is in ieder geval transparanter dan het was.
Desktop-polish
Ubuntu 25.10 (Questing Quokka) was de tussenliggende release die GNOME 49 leverde en twee nieuwe standaard-applicaties introduceerde: Loupe als image viewer en Ptyxis als terminal-emulator. Beide zijn in 26.04 meegenomen. Ptyxis verdient een aparte vermelding: het ondersteunt meerdere profielen, container-bewuste sessies (het detecteert Toolbox- en Distrobox-omgevingen automatisch), en ziet er eindelijk modern uit zonder extra configuratie.
GNOME Files — vroeger Nautilus — heeft in de GNOME 50-cyclus verbeteringen gekregen in de prestaties bij grote mappen en een consistentere sidebar. Geen revolutie, maar minder frustratie bij dagelijks gebruik.
Op GPU-gebied is ROCm voor AMD-kaarten nu rechtstreeks beschikbaar via de Ubuntu-repository: sudo apt install rocm. In 24.04 was dat een apart installatieproces via AMD's eigen bronnen. Voor wie machine learning of GPU-computing op AMD-hardware doet, is dat een serieuze verbetering in toegankelijkheid.
De toolchains zijn flink bijgewerkt: LLVM gaat van versie 18 naar 21, Rust van 1.75 naar 1.93, Go van 1.22 naar 1.25. Als je Ubuntu als ontwikkelomgeving gebruikt in plaats van puur als eindgebruikersdesktop, zijn dat relevante sprongen — zeker Rust 1.93 brengt stabiele async-traits en verbeterde ergonomie die in 1.75 nog experimenteel waren.
Server-kant verbeteringen
Ubuntu Server 26.04 introduceert DocumentDB: een MongoDB-compatibele documentdatabase gebouwd op PostgreSQL, via het amazon-documentdb-open-source project. Het is beschikbaar als standaard Ubuntu-pakket, niet als externe PPA of container-only installatie. Interessant voor wie MongoDB API-compatibiliteit wil maar een PostgreSQL-backend verkiest — of simpelweg niet wil betalen voor MongoDB Atlas.
MariaDB is opgewaardeerd naar main-ondersteuning, wat betekent dat het dezelfde LTS-beveiligingsgarantie krijgt als andere kernpakketten. In 24.04 zat MariaDB in universe, met beperkter onderhoudsniveau. Voor kleine en middelgrote bedrijven die MariaDB draaien op Ubuntu-servers is dat een concrete verbetering in zekerheid over patches.
Kernel 7.0 brengt op de serverside verbeterde EXT4-prestaties bij gelijktijdige directe I/O-schrijfoperaties naar meerdere bestanden — nuttig in database-workloads. Crash dumps zijn standaard ingeschakeld op zowel desktop als server, wat diagnose na een kernel panic aanzienlijk vergemakkelijkt. En cgroup v2 is nu verplicht via systemd 259; als je legacy cgroup v1-configuraties hebt, moet je die aanpassen voor de upgrade.
Voor containerinfrastructuur is er een subtiele maar welkome verbetering: de Snap permission prompting is ook op Ubuntu Server beschikbaar, wat betekent dat snaps in geautomatiseerde omgevingen beter controleerbaar zijn via het snapd API.
Veelgestelde vragen
Kan ik upgraden vanuit Ubuntu 24.04 LTS? Ja, het standaard upgradepad via do-release-upgrade werkt. Canonical adviseert te wachten tot de eerste puntrelease (26.04.1) voor een upgrade van een productiesysteem — die volgt normaal drie tot zes maanden na release.
Mijn applicatie werkt alleen op X11, wat nu? XWayland is geïnstalleerd en actief. De meeste X11-apps draaien er transparant op zonder configuratiewijziging. Uitzonderingen zijn applicaties die directe GPU-toegang vereisen via X11 (bepaalde CAD-tools, sommige oudere gaming-clients) of die Global Menu-integratie verwachten — check de XWayland-compatibiliteitstabel van het project in kwestie.
Wanneer moet ik naar 26.04 upgraden? Als je op 24.04 zit en geen problemen hebt, hoef je niet meteen. Canonical ondersteunt 24.04 tot april 2029. De upgrade is zinvol als je ROCm, Kernel 7.0, GNOME 50-functies of de nieuwe developer toolchains nodig hebt — of als je een nieuwe installatie doet en geen reden hebt om voor een oudere LTS te kiezen.
Wat als ik geen Snaps wil? sudo snap remove --purge firefox verwijdert de Snap-versie; installeer daarna firefox via een Mozilla PPA of gebruik de Flatpak-variant via Flathub. Snap zelf verwijderen is technisch mogelijk maar wordt afgeraden omdat sommige Ubuntu-systeemdiensten er afhankelijk van zijn in 26.04.