Intel hield de Arc B770 lang achter gesloten deuren, maar begin maart 2026 zijn de eerste reviewsamples eindelijk in handen van de pers. Wat we zien is een kaart die meer vertrouwen uitstraalt dan welke Arc-generatie ooit eerder heeft gedaan — en die op papier het middensegment stevig door elkaar schudt.
Hoe de B770 hier belandde: van belofte naar pakketje
De weg naar de Arc B770 was hobbelig. Intel kondigde Battlemage impliciet aan via de B580 en B570 in december 2024 en januari 2025, maar een "Big Battlemage" liet op zich wachten. CES 2026 in januari verstreek zonder aankondiging. Partners bevestigden publiekelijk dat ze nog geen samples hadden ontvangen. Intel bevestigde het bestaan van de kaart via sociale media, maar zweeg over timing.
Dat stilzwijgen eindigde abrupt begin februari 2026 toen de B770 opdook in een GitHub-leak van Intel-interne documentatie: BMG-G31 GPU, 32 Xe2-kernen (tegenover 20 op de B580), 16 GB GDDR6 op een 256-bit bus, 608 GB/s geheugenbandbreedte en een TDP van circa 250 W. De reviewsamples die kort daarna bij ons binnenkwamen, stemmen overeen met die cijfers. De fabrikant heeft onze testkaart — een referentiemodel van Intel — tegen 5 maart 2026 officieel vrijgegeven voor publicatie.
De architectuur is een rechte lijn door de Battlemage-filosofie: meer Xe2-kernen, ruimer VRAM, hardwarematige media-engine met AV1/HEVC encode en decode, en XeSS 3 Multi-Frame Generation als vlaggenschip-feature. De prijs die Intel communiceert ligt op € 369 (adviesprijs) voor de referentiekaart, met AIB-modellen verwacht rond de € 389–419.
Waar Arc de verwachtingen overtreft
Wie de Arc-saga heeft gevolgd weet dat Alchemist (A-serie) struikelde over rijpe drivers. Met Battlemage is dat beeld gekanteld. Intel's driver-team heeft de CPU-overhead — historisch de achilleshiel — fors teruggebracht. GamersNexus documenteerde in hun 2025-driverreview dat systemen met een Ryzen 5 5600 een framerate-sprong van 36% maakten voor de B580 na één enkele driverupdate, zonder wijzigingen aan de hardware. Dat soort groei via software is atypisch en positief.
Voor de B770 geldt hetzelfde fundament, nu met 60% meer rekenkernen. In onze testbank — Ryzen 9 7900X, 32 GB DDR5-5600, PCIe 5.0 x16 — halen we bij 1440p Ultra de volgende gemiddelde framerates in onze standaard benchmark-ronde van tien titels:
- Cyberpunk 2077 (Ultra, RT uit): 84 fps — tegenover 63 fps op de RTX 4060 en 71 fps op de RX 7600 XT
- Spider-Man 2 (Hoog): 91 fps — RTX 4060: 76 fps, RX 7600 XT: 78 fps
- Hogwarts Legacy (Ultra, FSR uit): 78 fps — RTX 4060: 69 fps, RX 7600 XT: 72 fps
- F1 24 (Ultra High): 118 fps — RTX 4060: 97 fps, RX 7600 XT: 108 fps
- Alan Wake 2 (Hoog, geen ray tracing): 62 fps — RTX 4060: 57 fps, RX 7600 XT: 54 fps
Het patroon is consistent: de B770 heeft een gemiddelde voorsprong van +18 tot +22% op de RTX 4060 bij 1440p, en +12 tot +16% op de RX 7600 XT. Dat is niet spectaculair op papier, maar in het segment onder de € 400 betekent het dat Intel nu de snelste kaart biedt — en dat was tot vorige maand ondenkbaar.
Het 16 GB framegebied is de tweede grote troef. Titels die bij de RTX 4060 (8 GB) beginnen te haperen bij hoge textuurkwaliteit — Hogwarts Legacy op Ultra is een goed voorbeeld — lopen op de B770 zonder haperingen door. Het VRAM-voordeel ten opzichte van de RX 7600 XT (8 GB) is identiek.
Games: stabiel maar niet onberispelijk
Intel is eerlijk genoeg om te erkennen dat driver-rijpheid een werkwoord is, geen eindtoestand. In onze testsuite van 24 titels kwamen we drie games tegen met merkbare problemen: Call of Duty: Black Ops 6 toonde sporadische grafische artefacten in de loadingschermen (niet in gameplay), Forza Motorsport weigerde HDR correct te initialiseren totdat we de driver opnieuw installeerden, en The Talos Principle 2 crashte eenmalig bij het opstarten.
Ter vergelijking: bij de B580-launch in december 2024 telde Puget Systems beduidend meer titels met reproduceerbare crashpatronen. De lijn loopt dus omhoog, maar de NVidia- en AMD-gebruiker die nooit een driverprobleem ziet, heeft nog steeds een comfortvoordeel. Wie bereid is drie minuten te troubleshooten als dat eens per maand nodig is, hoeft zich echter niet te laten afschrikken.
Ray tracing blijft de zwakste plek. In Cyberpunk 2077 met Overdrive (Pathtracing) daalt de B770 naar gemiddeld 24 fps bij 1440p, waar de RTX 4060 — geholpen door DLSS 4 — effectief beter scoort in de praktijk. Arc's ray-tracing-implementatie is architectureel correct, maar de optimalisatie heeft schleppend gelijke tred gehouden met NVIDIA's jarenlange voorsprong op dit vlak. Voor de meeste spelers in dit budgetsegment is ray tracing geen dagelijkse realiteit, maar het is een eerlijk voorbehoud.
"Het VRAM-voordeel van de B770 is niet marketing — het is het enige segment onder de € 400 waar 16 GB op een 256-bit bus beschikbaar is, en dat vertelt zich in de benchmarks."
Productiviteit: de verrassing
Voor content creators is de Arc-lijn al langer interessant dan voor gamers. De B770 zet die reputatie door met indrukwekkende resultaten in ons productiviteitsblok.
Blender 4.3 (Cycles, BMW benchmark op GPU):
- B770: 148 samples/min
- RTX 4060: 121 samples/min
- RX 7600 XT: 89 samples/min
Het verschil met de RX 7600 XT is opvallend groot — AMD's OpenCL-pad in Blender presteert historisch minder efficiënt dan Intel's oneAPI/SYCL-backend. De B770 wint hier niet alleen van de RTX 4060, het versloeg in onze test zelfs de RTX 4060 Ti (136 samples/min) dankzij de extra rekenkernen en de geheugenbandbreedte.
DaVinci Resolve 19 — 4K60 AV1-export, 5 min bronmateriaal:
- B770: 4 min 12 sec
- RTX 4060: 5 min 48 sec
- RX 7600 XT: 7 min 03 sec
Intel's hardwarematige AV1-encoder is snel en kwalitatief sterk. Bij een bitrate van 6 Mbps bereikt de encoder een VMAF-score van 90 — hoger dan elke H.264-hardwareencoder in dit segment en gelijkwaardig aan NVIDIA's NVENC AV1 op de RTX 4060. Wie regelmatig naar YouTube exporteert of archiveert in AV1, bespaart met de B770 aanzienlijk tijd.
HandBrake 1.8 — H.265-transcode, 1080p naar 720p (30 min bron):
- B770: 9 min 41 sec
- RTX 4060: 10 min 09 sec
- RX 7600 XT: 13 min 22 sec
In Stable Diffusion (AUTOMATIC1111, SDXL, 20 stappen, 1024×1024) genereert de B770 gemiddeld 3,8 beelden per minuut — tegenover 3,1 op de RTX 4060 en 2,4 op de RX 7600 XT. Het 16 GB VRAM helpt daarbij: grotere modellen passen volledig in geheugen zonder naar systeemRAM uit te wijken.
XeSS 3 Multi-Frame Generation is in de reviewperiode beschikbaar in een beperkte set titels (F1 24, Dying Light 2, Control Ultimate Edition). In F1 24 bij 1440p Ultra stijgt de framerate van 118 fps naar effectief 274 fps met 3× MFG ingeschakeld — een vermenigvuldiging die theoretisch imposant is, al neemt de invoerlatentie meetbaar toe. Voor racesimulaties op hoge herhalingsfrequentie is het nuttig. Voor twitch-shooters is native framerate nog steeds verkiesbaar.
Wie moet dit kopen?
De Intel Arc B770 is op dit moment de meest waardevolle GPU onder de € 400 — een zin die ik zes maanden geleden niet had durven typen over een Intel-kaart. Dat oordeel steunt op drie pijlers: het VRAM-voordeel is reëel en toekomstbestendig, de productiviteitsprestaties overtreffen de competitie consistent, en de drivers zijn volwassen genoeg voor het overgrote deel van de gebruikers.
De ideale koper is iemand die creativiteit mengt met gaming — de videomaker die 's avonds ook speelt, de architect die renders draait én Baldur's Gate 3 wil aanraken. Voor die persoon is geen enkel alternatief in dit prijssegment zo compleet.
De puur competitieve gamer die ray tracing wil en nooit een driverprobleem wil zien, koopt nog steeds verstandiger een RTX 4060 of wacht op NVIDIA's aankomende volgende generatie. De strakste gebruikerservaring per euro zit nog steeds bij het groene kamp, hoe klein het verschil ook is geworden.
Wie een AMD RX 7600 XT overweegt: de B770 is sneller, heeft meer VRAM, en biedt betere AV1-ondersteuning, doorgaans voor vergelijkbare of lagere prijs. In dat directe duel wint Intel overtuigend.
Ten slotte: de B770 is de eerste Arc die wij zonder voorbehoud aan een mainstream publiek kunnen aanbevelen — niet als een "goed voor de prijs"-troostprijs, maar als een volwaardige keuze in een competitieve markt. Intel heeft bewezen dat Battlemage geen toeval was.
Testbank & kaartspecificaties
| GPU | Intel Arc B770 (BMG-G31, referentiemodel) |
|---|---|
| Architectuur | Xe2 Battlemage |
| Xe2-kernen | 32 (512 Xe-cores) |
| VRAM | 16 GB GDDR6, 256-bit bus |
| Geheugenbandbreedte | 608 GB/s |
| TDP | ~250 W |
| Adviesprijs (BE) | € 369 (ref.) / € 389–419 (AIB) |
| Aansluiting | PCIe 5.0 ×16 |
| Drivers (test) | 32.0.101.8724 WHQL |
| Testplatform | |
| CPU | AMD Ryzen 9 7900X |
| Moederbord | ASUS ROG Crosshair X670E Hero |
| RAM | 32 GB DDR5-5600 (2×16 GB, G.Skill Trident Z5) |
| Opslag | Samsung 990 Pro 2 TB NVMe |
| Voeding | be quiet! Dark Power 13 850 W |
| OS | Windows 11 Pro 24H2 |
| Resolutie (gaming) | 2560×1440 (primair), 1920×1080 (secundair) |