RISC-V bestaat al meer dan tien jaar als academisch project, maar pas nu staan de eerste machines voor de deur die je theoretisch als gewone werkcomputer zou kunnen gebruiken. Theoretisch — want de praktijk laat nog flinke gaten zien. Dit is een eerlijk overzicht van wat er op de markt is, wat er niet werkt, en wanneer het misschien wel gaat werken.
Wat er nu al beschikbaar is
Het meest volwassen hardware-platform op dit moment is de SiFive HiFive Premier P550, een ontwikkelbord dat in oktober 2024 begon te verschepen. Het hart is een quad-core SiFive P550-processor op 1,4 GHz, geflankeerd door 16 of 32 GB LPDDR5-6400 en 128 GB eMMC. Er zit een 2D/3D-GPU in, een hardwarematige video-encoder en -decoder, en PCIe Gen 3 x4 — dus een echte NVMe-schijf is geen probleem. De P550 is de eerste out-of-order RISC-V kern die commercieel beschikbaar is, wat hem fundamenteel anders maakt dan alles wat je eerder op een development board zag: hij speelt in een andere prestatiecompetitie.
SiFive HiFive Premier P550 — kerncijfers
| Processor | 4× SiFive P550, 1,4 GHz, out-of-order |
|---|---|
| RAM | 16 GB of 32 GB LPDDR5-6400 |
| Opslag | 128 GB eMMC + PCIe Gen 3 x4 (NVMe) |
| GPU | Geïntegreerd 2D/3D + NPU + DSP |
| OS (af fabriek) | Ubuntu 24.04 LTS (volledige release) / Yocto (early access) |
| Prijs | $399 (16 GB) / $499 (32 GB) |
| Formfactor | Ontwikkelbord (geen kant-en-klare desktop-pc) |
Op de laptop-markt is het plaatje minder rooskleurig maar wel concreter dan vorig jaar. DeepComputing verkoopt via de Framework-marktplaats een RISC-V mainboard voor de Framework Laptop 13, aangedreven door de StarFive JH7110 met vier SiFive U74-kernen op 1,5 GHz en 8 GB gesoldeerd LPDDR4. De prijs is $199 en het past letterlijk in hetzelfde chassis als een x86-mainboard. Ubuntu 24.04 LTS en Fedora 41 werken officieel. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws: in benchmarks presteert dit mainboard ruwweg gelijkwaardig aan een Raspberry Pi 4 uit 2019, terwijl de accu bij gewoon gebruik al na twee tot drie uur leeg is. De JH7110 is geen dagelijkse laptop voor wie meer doet dan tekst editen.
Een tweede laptop die je kunt kopen is de DC-ROMA RISC-V Laptop II van DeepComputing, de eerste RISC-V laptop met Ubuntu vooraf geïnstalleerd. Prijs: $1.119 voor de volledige laptop. Voor dat geld krijg je opnieuw Pi-4-niveau performance in een laptopbehuizing die 25 watt verbruikt bij idle. Dat is geen typo — 25 watt, terwijl hij niets doet.
"Je koopt vandaag geen RISC-V laptop om productief te zijn. Je koopt hem om te bewijzen dat het kan."
Wat er op komst is — en waarom het er spannender uitziet
De hardware die het verschil moet gaan maken staat nog in de wachtrij. De Milk-V Oasis is het meest ambitieuze project: een mini-ITX moederbord met de Sophgo SG2380 die 16 SiFive P670-kernen combineert — 12 performance cores op 2,5 GHz en 4 efficiency cores op 1,6 GHz — met een Imagination AXT-16-512 desktop-GPU en tot 64 GB LPDDR5. Connectiviteit is ook serieus: twee 2,5 GbE-poorten, drie M.2-slots, vier SATA-poorten en twee HDMI-uitgangen voor 4K60. Op papier is dit het eerste RISC-V-platform dat echt als desktop-vervanger kan doorgaan. Het probleem: Milk-V kondigde de Oasis aan in oktober 2023 voor levering in Q3 2024. Begin 2025 is het bord nog steeds niet beschikbaar.
DeepComputing heeft ook een RISC-V Mainboard II in voorbereiding voor de Framework Laptop 13. Pre-orders lopen, levering is gepland voor Q3 2025. De specificaties zijn nog deels vaag — een 8-core RISC-V CPU op maximaal 2 GHz met GPU, NPU en VPU — maar de verbeteringen ten opzichte van de JH7110 moeten substantieel zijn. Prijs: vanaf $300. Framework-CEO Nirav Patel bevestigde dat 2025 het jaar wordt van de eerste min of meer mainstream RISC-V laptops, zij het duidelijk gericht op vroege adopteerders.
Parallel verschuift ook de StarFive JH7110 langzaam naar meer software-ondersteuning. De JH7110 zit in tientallen borden die al in het veld zijn, en de Linux-kernel heeft hem inmiddels stevig geïntegreerd. Dat is relevant: borden die vandaag softwarematig nog wat ruw aanvoelen, krijgen via reguliere kernel-updates geleidelijk meer functies.
De software-kant: Ubuntu en de RVA23-kwestie
Hardware zonder software is nutteloos, en de softwaresituatie voor RISC-V is het afgelopen jaar serieus verbeterd — maar met een addertje. Canonical werkt actief aan Ubuntu voor RISC-V: Ubuntu 24.04 LTS draait al op de P550 en de JH7110-borden, en de ondersteuning voor talen en runtimes werd in 2025 uitgebreid. Tot zover goed nieuws.
Het addertje zit in Ubuntu 25.10, uitgebracht in oktober 2025, dat de minimale hardwarevereiste optrok naar het RVA23-profiel. RVA23 is een specificatie die onder andere de vectorextensies ("V") verplicht stelt — en dat is precies wat geen enkel bestaand RISC-V-bord vandaag ondersteunt. Wie straks Ubuntu 25.10 of 26.04 LTS wil draaien, heeft hardware nodig die er nog niet is. De P550, de JH7110 en vrijwel alles wat je nu kunt kopen valt buiten de boot. Canonical is helder over de redenering: ze willen niet blijven hangen in een laag baseline-profiel en kiezen bewust voor de hardware die in 2026 verwacht wordt. Dat is een eerlijk argument, maar het betekent wel dat de bestaande installed base van RISC-V-borden op Ubuntu 24.04 LTS blijft steken.
Voor de Linux-kernel zelf is de situatie iets gunstiger. Patches voor RVA23-ondersteuning zijn actief in ontwikkeling bij Rivos, en de kernel bereidt zich voor op de nieuwe CPU-extensies. Voor de huidige borden is de kernel-ondersteuning intussen solide: gewone taken, netwerken, USB en NVMe werken zonder specifieke aanpassingen.
Buiten Ubuntu zijn er ook alternatieven. Fedora heeft officiële RISC-V-images, Debian heeft een port, en er zijn gespecialiseerde distributies die expliciet op bestaande RISC-V-hardware mikken. De fragmentatie is kleiner dan drie jaar geleden, maar van de breedte aan software die je op x86 gewend bent — inclusief alle propriëtaire applicaties — is op RISC-V nog geen sprake.
Wat nog niet werkt — en wanneer het misschien wel gaat
Om eerlijk te zijn over de beperkingen: als je vandaag een RISC-V-machine wil als primaire computer voor dagelijks werk, is het antwoord nee. De prestaties van beschikbare hardware liggen ver onder wat een instap-x86-systeem doet. Batterijduur op de beschikbare laptops is onpraktisch. Veel software bestaat nog niet als native RISC-V-binary — browsers draaien, maar sommige plugins en extensies niet. Video-conferencing apps, Adobe-software, en het gros van propriëtaire tools ontbreekt volledig. Zelfs op de beste beschikbare borden kosten eenvoudige taken merkbaar meer tijd dan op vergelijkbare ARM-hardware.
De fascinerende kant is dat de richting klopt. De P550 toont dat out-of-order RISC-V performant kan zijn. De Milk-V Oasis toont dat de ambities voor desktop-gebruik aanwezig zijn. En de combinatie van Framework's modulariteit met een RISC-V mainboard maakt RISC-V voor het eerst letterlijk tastbaar voor een breder publiek. Maar "de richting klopt" is iets anders dan "je kunt het nu gebruiken".
Een realistisch tijdpad: als de Milk-V Oasis daadwerkelijk in 2025 verschijnt met werkende GPU-drivers en brede Ubuntu-ondersteuning, en als het Framework Mainboard II prestatiewinst levert zoals beloofd, dan is eind 2025 of begin 2026 het moment waarop RISC-V interessant wordt voor enthousiastelingen die ook echt willen werken. Voor brede adoptie — inclusief software-ecosysteem op niveau — is 2026 realistischer, en sommige analisten wijzen op 2027.
Veelgestelde vragen
Kan ik een RISC-V-machine nu al als dagelijkse computer gebruiken?
Voor licht werk — tekst editen, terminaltaken, lichte websurf — is het technisch mogelijk op de P550 of de Framework JH7110-mainboard. Voor videoconferencing, zware browsertabs, multimediaproductie of zakelijke software is het antwoord nee. De prestaties en software-beschikbaarheid zijn daarvoor nog te beperkt.
Is de SiFive P550 echt zo veel beter dan vorige RISC-V-chips?
Kwalitatief wel: de out-of-order uitvoering maakt hem fundamenteel sneller dan in-order kernen zoals de U74. Maar de kloksnelheid van 1,4 GHz en het beperkte aantal kernen (vier) zorgen ervoor dat hij in absolute termen nog ruim achterloopt op moderne ARM-cores. Het is een grote stap voor RISC-V, maar geen vervanging voor een hedendaagse laptop-SoC.
Wat is het verschil tussen RVA20, RVA22 en RVA23?
Dit zijn profielen — gestandaardiseerde sets van verplichte instructie-extensies. RVA20 is de huidige baseline waarop vrijwel alle bestaande RISC-V-borden gebaseerd zijn. RVA22 voegt onder andere hypervisor-extensies toe. RVA23 maakt de vectorextensies ("V") verplicht, wat significante prestatiewinst geeft voor multimedia en AI-workloads — maar het vereist hardware die eind 2025 of 2026 verwacht wordt. Ubuntu 25.10 eist al RVA23.
Waarom kost een RISC-V laptop meer dan een equivalente ARM-laptop?
Kleine productievolumes. De chips worden in veel kleinere aantallen gemaakt dan ARM- of x86-SoCs, wat de kostprijs per eenheid sterk verhoogt. Naarmate meer fabrikanten RISC-V adopteren en de volumes stijgen, zullen de prijzen dalen — maar dat is op dit moment een toekomstige belofte, geen huidige realiteit.
Is de Milk-V Oasis een goede koop als hij uitkomt?
De specificaties zijn veelbelovend — 16 P670-kernen, desktop-GPU, tot 64 GB RAM — maar de Oasis staat al meer dan een jaar op de aankondigingskalender zonder te verschijnen. Wacht tot het bord werkelijk beschikbaar is en er onafhankelijke reviews zijn met werkende GPU-drivers voordat je pre-orderimpulsen volgt.