Meta's Llama 4 Scout telt 109 miljard parameters maar heeft er slechts 17 miljard actief per token dankzij een mixture-of-experts-architectuur. Dat maakt het model verrassend bescheiden qua geheugengebruik — en opent de deur voor iets dat een jaar geleden ondenkbaar was: een volwaardige frontier-class LLM op één enkele workstation-GPU, stil genoeg om naast je monitor te zetten.

Wat die 96 GB oplevert

De NVIDIA RTX PRO 6000 Blackwell — de Max-Q Workstation Edition specifiek — brengt 96 GB GDDR7 ECC-geheugen mee op een enkel dual-slot kaartje. Ter vergelijking: de vorige generatie RTX 6000 Ada stopte bij 48 GB GDDR6. Die verdubbeling is het verschil tussen een model dat niet past en een model dat met ruimte over past.

Llama 4 Scout Q4_K_M weegt 60,86 GiB in kwantisatie — een getal dat op de Ada-kaart al knap is met twee exemplaren, maar op de Blackwell op één GPU volledig in VRAM verdwijnt. Wat overblijft zijn 35 GB speling voor KV-cache, wat betekent dat je een contextvenster van meerdere honderdduizenden tokens kunt openhouden zonder dat het model ook maar één laag naar CPU-RAM offloadt. En offloaden naar RAM is precies wat je wilt vermijden: de sprong van hybride CPU/GPU-inferentie naar volledig-in-VRAM is geen kleine optimalisatie, maar het verschil tussen 5–8 tokens per seconde en 55+ tokens per seconde.

Die 96 GB is ook toekomstbestendig. Llama 4 Maverick — het grotere broertje met 400 miljard parameters en 128 experts — past in FP8-kwantisatie op een enkel H100 DGX-host. Op de RTX PRO 6000 Blackwell kom je met Q4-kwantisatie net tekort, maar Scout met zijn 10 miljoen token contextvenster is voor het overgrote deel van zakelijke workloads de relevantere keuze.

RTX PRO 6000 Blackwell — workstation-configuratie op een rij

Component Spec
GPU NVIDIA RTX PRO 6000 Blackwell Max-Q Workstation Edition
VRAM 96 GB GDDR7 ECC
Geheugenbandbreedte 1.792 GB/s (512-bit bus)
CUDA Cores 24.064
TDP (Max-Q) 300 W
Formfactor Dual-slot, PCIe 5.0 x16
AI-rekenkracht 4.000 TOPS
Model: Llama 4 Scout Q4_K_M 60,86 GiB — past volledig in VRAM
Inferentiesnelheid (gemeten) ~56–70 tok/s (llama.cpp/vLLM, Q4_K_M)
Beschikbaarheid April 2025, via PNY en TD SYNNEX

Performance onder load

De referentiemeting komt van Fixstars Corporation, die in april 2025 Llama 4 Scout Q4_K_M benchmarkten op twee RTX 6000 Ada-kaarten via llama.cpp. Met volledige GPU-offloading (--n-gpu-layers 49) haalde één Ada-kaart 56 tokens per seconde; vLLM bereikte op dezelfde setup circa 70 tok/s. Dat zijn metingen op een 48 GB-kaart waarop het model net past — op de Blackwell met 96 GB en 1.792 GB/s geheugenbandbreedte (versus 960 GB/s op de Ada) zijn hogere cijfers realistisch.

Ter context: 56 tok/s is sneller dan een doorsnee lezer Engels tekst kan verwerken. Voor een kantoorassistent die e-mails samenvat, documenten doorzoekt of code suggereert, is dat ruim voldoende voor enkelvoudig gebruik. Bij meerdere gelijktijdige gebruikers — een team van vijf op dezelfde machine via een gedeelde vLLM-instantie — daal je richting 10–15 tok/s per gebruiker, wat nog steeds vlot aanvoelt in een chat-interface.

Belangrijk detail dat vaak over het hoofd wordt gezien: Llama 4 Scout is een natively multimodale MoE. Per token zijn slechts 17 van de 109 miljard parameters actief. Dat betekent niet alleen minder VRAM-nodig, maar ook minder rekenkracht per token dan een dense 70B-model. De effectieve rekendruk lijkt meer op een 17B-model dan op een 109B — wat de throughput-cijfers verklaart die anders verrassend hoog zouden lijken voor zo'n parametercount.

"De effectieve rekendruk van Llama 4 Scout lijkt meer op een 17B-model dan op een 109B — dankzij de MoE-architectuur zijn slechts 17 miljard parameters actief per token."

Bandbreedte is de bottleneck

Bij LLM-inferentie is geheugenbandbreedte doorgaans de bepalende factor — niet rekenkracht. Elke token die gegenereerd wordt, vereist dat alle modelgewichten één keer worden uitgelezen uit VRAM. Met 60,86 GiB aan gewichten en een bandbreedte van 1.792 GB/s op de Blackwell duurt dat uitsluitend theoretisch 34 milliseconden per token — wat correspondeert met een plafond van circa 29 tok/s op bandbreedte alleen. In de praktijk haalt llama.cpp hogere waarden doordat Q4-kwantisatie effectief 4× minder data leest dan FP16.

De vergelijking met de Ada-generatie is hier veelzeggend. De RTX 6000 Ada haalt 960 GB/s op 48 GB GDDR6. De Blackwell Max-Q bijna verdubbelt dat naar 1.792 GB/s op 96 GB GDDR7. Meer VRAM én hogere bandbreedte tegelijk — dat is zeldzaam in één kaartgeneratie. Voor LLM-workloads is dit de meest directe vertaling naar betere performance: meer gewichten per seconde doorgepompt betekent meer tokens per seconde gegenereerd.

Wie naar een A100 80GB kijkt als alternatief: de A100 haalt 2.000 GB/s op HBM2e, maar vraagt een apart server-chassis, zes PCIe-slots en een voeding die kantoorpanden doorgaans niet hebben. De RTX PRO 6000 Blackwell Max-Q past in elke standaard ATX-tower met een 650W voeding en trekt maximaal 300 W — precies het plafond van de doorsneevoeding op een hedendaags werkstation.

Stille kantoor-werkplek

De Max-Q Workstation Edition verschilt op één cruciaal punt van de gewone Workstation Edition: de TDP. Waar de standaardkaart 600 W verbruikt en een agressief koelsysteem vereist, is de Max-Q begrensd op 300 W. Dat is hetzelfde verbruik als de vorige generatie Ada-kaart, maar met 96 GB VRAM en Blackwell-architectuur. De prestatieprijs? Puget Systems mat 5–14% lagere resultaten op content-creatie-workloads — verwaarloosbaar voor inferentietaken waarbij de kaart toch nooit op zijn thermisch plafond zit.

De blower-koeler op de Max-Q blaast warme lucht naar buiten via de achterkant van het chassis. Dat heeft een dubbel voordeel: het voorkomt dat warmte circuleert binnen de behuizing, en het maakt de GPU aanzienlijk stiller bij lagere belasting dan een open-fan-design dat warme lucht in de behuizing blaast. Tijdens inferentie op lage toonhoogte — gesprekken, samenvatten, codebeoordeling — blijft de GPU ver onder maximale kloksnelheid en koelcapaciteit. In een kantooromgeving van 40–45 dB achtergrondgeluid zul je de workstation nauwelijks horen.

Dat is een bewuste keuze van NVIDIA: de Max-Q-variant is expliciet bedoeld voor werkplekken waar geluid telt. Een server-edition van dezelfde kaart — ook beschikbaar — is stiller op papier maar vereist een 1U/2U rack-chassis. De workstation-variant past in elke Miditower of Full Tower met een standaard 650–750 W Bronze/Gold-voeding. PSU-advies: reken 300 W voor de GPU, 125 W voor een moderne Zen 4 of Raptor Lake workstation-CPU, plus buffer — een 650 W Platinum-voeding volstaat ruimschoots en houdt het energieverbruik efficiënt.

FAQ

Kan Llama 4 Scout ook op de RTX 6000 Ada (48 GB)?
Ja, maar het is krap. Het Q4_K_M-model weegt 60,86 GiB — dat past niet op 48 GB. Je moet terugvallen op een agressievere kwantisatie zoals Q2_K (~30 GiB) of een deel naar CPU-RAM offloaden. Dat laatste kost snelheid: van 56 tok/s naar typisch 10–20 tok/s afhankelijk van de split. Voor kleine contextvensters is Q2_K acceptabel; voor langere documenten merk je kwaliteitsverlies.
Welk inferentie-framework werkt het best?
Voor enkelvoudig gebruik is llama.cpp via Ollama de eenvoudigste ingang en haalt 56+ tok/s. Voor meerdere gelijktijdige gebruikers of productie-serving kies je vLLM, dat met tensor-parallellisme en continuous batching aanzienlijk hogere totale throughput haalt — gemeten circa 70 tok/s per verzoek bij lage concurrency, beter schaalbaar bij hogere belasting.
Past de kaart in een gewone workstation-PSU?
Ja. De Max-Q-variant vraagt maximaal 300 W. Combineer dat met een moderne workstation-CPU (125 W TDP) en overige componenten, dan kom je op circa 500–550 W systeemverbruik onder volledige load. Een 650 W 80Plus Gold-voeding volstaat; een 750 W geeft comfortabele marge.
Hoe verhoudt dit zich tot een cloudoplossing?
Bij intensief gebruik van 8 uur per dag kost een dedicated GPU-instantie bij grote cloudproviders al snel €500–900 per maand. Een RTX PRO 6000 Blackwell kost eenmalig rond de €8.000–10.000 — terugverdiend in 12–18 maanden bij dagelijks gebruik, inclusief privacy-voordeel: alle data blijft op je eigen hardware.
Ondersteunt Llama 4 Scout ook beeldverwerking?
Ja — Scout is natively multimodaal en accepteert afbeeldingen als invoer. Dat werkt volledig in dezelfde inferentie-sessie, zonder aparte vision-encoder. De 10 miljoen token contextlengte geldt voor tekst; voor multimodale sessies met veel afbeeldingen is de effectieve contextlengte kleiner afhankelijk van afbeeldingsresolutie en het gebruikte framework.