Goedkope cloud bestaat niet — de 2026-rekensom
Prijzen stijgen, egress blijft absurd, en self-hosting is nog nooit zo aantrekkelijk geweest als middelgroot.
Je hebt vast de pitch gehoord: “De cloud is goedkoper dan eigen infrastructuur, je betaalt alleen voor wat je verbruikt, en je hoeft geen servers te beheren.” Dat verhaal klopt — voor een bepaalde grootte, op een bepaald moment. Maar voor een groeiend aantal bedrijven en ontwikkelaars klopt het al een tijdje niet meer. De rekening die elke maand binnenkomt, is anders dan wat het verkooppraatje beloofde. Hoe dat komt, en wat de echte cijfers zijn in 2025 en 2026, staat hier.
Egress: het slot op de deur
Het fundamentele verdienmodel van de grote cloudproviders zit verstopt in één post die zelden op de homepage staat: egress-kosten. Data binnenhalen is vrijwel altijd gratis. Data naar buiten sturen — naar je gebruikers, naar een andere provider, of gewoon terug naar je eigen datacenter — kost geld. AWS rekent standaard $0,09 per GB voor de eerste 10 TB aan outbound internet-traffic per maand, daarna $0,085 per GB. Voor de eerste 100 GB per maand geldt nu een gratis tier, maar daarboven pakt de teller meteen door.
Reken even mee. Een applicatie die maandelijks 50 TB aan data serveert — geen uitzonderlijk volume voor een mediabedrijf of SaaS-platform — betaalt op AWS meer dan $4.400 per maand puur aan egress. Per jaar is dat ruim $52.000 voor iets wat bij Hetzner simpelweg in de vaste prijs zit: dedicated servers bevatten standaard 20 TB inbound én outbound traffic per maand, extra verkeer kost €1 per TB. Dat is geen typefout. Het verschil tussen $90 per TB (AWS) en €1 per TB (Hetzner) is een factor negentig.
Die asymmetrie is geen toeval. Egress-kosten zijn het economisch slot op vendor lock-in. Wie éénmaal een petabyte data in S3 heeft staan, denkt twee keer na voor hij migreert — want enkel de uitvoerkosten kunnen oplopen tot $90.000 tot $120.000. Toen 37signals besloot AWS te verlaten, schold Amazon hen $250.000 aan egress-fees kwijt. Dat het bedrijf bereid was zo’n bedrag te laten schieten, zegt iets over de marge die erin zit.
“Het verschil tussen $90 per TB (AWS) en €1 per TB (Hetzner) is een factor negentig — geen typefout.”
Wat Basecamp ons leerde over grote cloud-rekeningen
In 2022 publiceerde 37signals — het bedrijf achter Basecamp en HEY — zijn volledige AWS-factuur: $3.201.564 voor dat jaar, ofwel $266.797 per maand. CTO David Heinemeier Hansson typeerde het als “grotesque”. Van dat bedrag ging $2,3 miljoen gewoon naar het draaien van app-servers, cache-servers, databaseservers en zoekservers. Niets exotisch, geen GPU-clusters, geen machine learning — puur de basisinfrastructuur voor twee productiefapplicaties.
Het bedrijf kocht vervolgens voor $700.000 aan Dell-hardware, migreerde zeven applicaties naar eigen servers en sloot de AWS-contracten één voor één af. Resultaat in 2024: de cloud-factuur staat op $1,3 miljoen per jaar — een reductie van bijna $2 miljoen per jaar. De hardware was al terugverdiend binnen twaalf maanden. Over vijf jaar verwacht het bedrijf meer dan $10 miljoen te besparen. Dat is geen theoretisch rekenmodel; het zijn geboekte cijfers.
37signals is niet uniek. Dropbox verplaatste zijn infrastructuur grotendeels van AWS naar eigen hardware en bespaard daarmee bijna $75 miljoen over twee jaar — terwijl het bepaalde cloud-workloads bewust behield voor schaalbaarheid bij pieken. Het gaat er niet om de cloud volledig af te zweren, maar om te stoppen met de illusie dat de cloud per definitie goedkoper is voor gestabiliseerde, voorspelbare workloads.
De verborgen agenda van de factuur
Zelfs als je egress buiten beschouwing laat, is een AWS-factuur een documentje vol verrassingen. Tussenvliegkosten worden zelden geëstimeerd tijdens de architectuurfase. Data-overdracht tussen availability zones binnen dezelfde regio kost $0,01 per GB. Een NAT Gateway kost $0,045 per GB verwerkte data bovenop een uurtarief van $0,045. Inter-regio transfers zitten standaard op $0,02 per GB.
Organisaties betalen gemiddeld 25 tot 35 procent meer dan ze zouden moeten, omdat resources idle draaien of zwaarder zijn ingesteld dan nodig. In snel groeiende omgevingen loopt dat verspilling op tot boven de 40 procent. Vergeten AI-diensten en Marketplace-abonnementen zorgen voor plotse uitschieters: één onbewuste Azure AI-service liet een factuur springen van $19.000 naar $67.000 in één maand. Een Lambda-functie die idle bleef wachten op een Transcribe-resultaat kostte een bedrijf $31.000 per jaar — $86 per dag, onopgemerkt.
AWS heeft in 2025 ook stille prijsverhogingen doorgevoerd. EC2-instances zagen stijgingen van 15 tot 38 procent op bepaalde types, met memory-geoptimaliseerde instances als hardst getroffen categorie. De gratis egress-tier werd weliswaar uitgebreid van 1 GB naar 100 GB per maand — een goodwill-gebaar dat voor serieuze workloads statistisch irrelevant is.
GPU-cloud: de nieuwe pijnpost
Voor wie AI-workloads draait, is de rekening nog grilliger. Een NVIDIA H100-GPU in de AWS-cloud kost rond $3,90 per GPU-uur. Bij Google Cloud zit je op $3,00 per GPU-uur. Kleinere gespecialiseerde aanbieders zoals GMI Cloud gaan naar $2,10 per GPU-uur, en op spot-markten zijn er aanbiedingen onder $2,00. Dat klinkt beheerst tot je doorrekent wat continue inferentie of fine-tuning werkelijk kost.
Een enkel H100 non-stop draaien op AWS kost in theorie $2.808 per maand, ofwel $33.696 per jaar. Een cluster van acht H100’s — een veelgebruikte configuratie voor serieuze training — loopt op tot $270.000 per jaar, puur huurkosten. Een DGX H100-systeem van acht GPU’s kost eenmalig $200.000 tot $300.000 om te kopen. Bij 70 procent utiliteit over drie jaar zit je als eigenaar op $2,85 per GPU-uur — vergelijkbaar met of goedkoper dan cloud-tarieven, en je bezit daarna het hardware-kapitaal.
De beslissing verschilt per use case. Wie sporadisch traint en piekbelasting niet kan voorspellen, koopt beter niet. Wie een stabiel AI-workload heeft van meer dan zes maanden, mag de aankooprekening au sérieux nemen.
Wanneer cloud wél wint
Dit is geen pleidooi voor het volledig afzweren van publieke cloud. Er zijn gevallen waar de rekening wel klopt: een startup die van nul naar honderdduizend gebruikers moet kunnen groeien in zes maanden zonder upfront capex; een team van drie developers zonder sysadmin-capaciteit; een applicatie met extreem onregelmatig gebruik waarbij servers 80 procent van de tijd idle zouden staan.
Voor dit soort scenario’s is elasticiteit het kernargument. Je koopt geen overcapaciteit, je betaalt pieken ad hoc. Bovendien heeft geen enkel on-premise alternatief de regionale spreiding van AWS of Azure — als je producten in vijf continenten serveert, is dat relevant.
Het punt is simpel: de grens ligt ergens. Voor de meeste bedrijven met een gestabiliseerde workload die langer dan twaalf maanden draait, ligt die grens al bereikt. Barclays’ CIO Survey van 2025 stelt dat 86 procent van de CIO’s van plan is sommige cloud-workloads terug te halen naar private infrastructure — het hoogste percentage ooit gemeten. 48 procent is actief bezig of plant dit binnen achttien maanden.
Snelvergelijking: typische mid-size workload per maand
| Post | AWS | Hetzner dedicated |
|---|---|---|
| Compute (8 vCPU, 32 GB RAM, 1 TB SSD) | ~$300–$400/mnd (On-Demand) | ~€70–$90/mnd |
| 50 TB outbound traffic/mnd | ~$4.420/mnd | Inbegrepen (20 TB) + €30 extra |
| Beheer overhead (managed services) | Deels inbegrepen | Zelf of +€100–$200/mnd sysadmin |
| Totaal indicatief | ~$4.800/mnd | ~€300–400/mnd |
Wat je nu concreet kunt doen
Als je op AWS of Azure zit, is de eerste stap niet migreren — het is zichtbaarheid. Exporteer je Cost Explorer-data per servicecategorie en markeer alles wat “data transfer” of “egress” bevat. Voor veel teams is dat moment al een eyeopener. Zet daarna AWS Cost Anomaly Detection aan als die niet actief is. Orphaned snapshots, vergeten Elastic IPs en idle NAT Gateways zijn laaghangende besparingen zonder architecturele impact.
Voor nieuwe projecten geldt: reken de egress-kosten door bij een realistisch verkeersvolume vóórdat je provider kiest. Hetzner, OVHcloud, en Leaseweb zijn Europese alternatieven met inclusieve bandbreedte. Cloudflare R2 is een S3-compatibele object storage zonder egress-fees — interessant als je primair media serveert via Cloudflare’s CDN.
De cloud is een gereedschap, geen religie. Gebruik het waar het zijn meerwaarde bewijst, en hou een eerlijke boekhouding bij de rest.
Veelgestelde vragen
Is cloud altijd duurder dan self-hosting?
Niet altijd. Voor onvoorspelbare pieken, snelle schaalbaarheid zonder capex en kleine teams zonder sysadmin-capaciteit is cloud meestal goedkoper. De rekensom kantelt zodra de workload stabiel en voorspelbaar is, typisch na 12 tot 18 maanden productie.
Wat zijn egress-kosten precies?
Egress-kosten zijn de kosten die cloudproviders aanrekenen wanneer data hun netwerk verlaat — naar het internet, naar een andere provider of naar je eigen datacenter. AWS rekent standaard $0,09 per GB voor internet-outbound na de eerste 100 GB per maand. Inbound (upload naar de cloud) is doorgaans gratis.
Heeft 37signals een uitzonderlijk groot bedrijf? Is dit relevant voor kleinere spelers?
37signals heeft een kleine overhead maar miljoenenomzet. Hun AWS-bill van $3,2 miljoen/jaar is niet representatief voor een startup van tien man. Maar de verhouding is dat wel: wie $5.000/maand betaalt aan AWS, vindt bij doorrekening van egress en compute vrijwel zeker equivalente Hetzner- of OVH-configuraties voor $1.000–$1.500/maand.
Wat is cloud repatriation?
Cloud repatriation (of cloud-exitstrategie) is het proces waarbij bedrijven workloads terughalen van publieke cloud naar eigen servers of private cloud. Dit is een groeiende trend: 86 procent van de CIO’s overweegt dit voor bepaalde workloads, volgens Barclays’ CIO Survey 2025.
Is Hetzner betrouwbaar genoeg voor productie?
Hetzner heeft een sterke reputatie in de Europese markt, met datacenters in Duitsland en Finland en een SLA van 99,9 procent op dedicated servers. De beperkingen zijn bekender: minder regionale spreiding dan AWS, minder managed services, en support is minder snel bij incidents. Voor Europese workloads zonder globale spreiding is het een bewezen optie.